Ayse uit Amsterdam
’Ieder kind heeft recht op een toekomst’

’Hoi, we gaan pannenkoeken eten.’ Drie kinderen komen juichend uit de auto. Ayse heeft het druk. Haar zus is net overgekomen uit Turkije en ze heeft niet alleen de zorg voor haar twaalfjarige zoon en acht jarige dochter, maar ook nog eens voor de negentienjarig Berivan en de vijftienjarige Tuncay. Toch neemt ze rustig de tijd om koffie te zetten en haar verhaal te vertellen.

‘Het is alweer tweeëneenhalf jaar geleden’, vertelt Ayse. ‘De moeder van Berivan en Tuncay kende ik goed en ook de kinderen kwamen hier geregeld. Maar tweeëneenhalf jaar geleden kreeg ze een beroerte en moest ze direct naar het ziekenhuis. Het was op dat moment logisch dat de kinderen hier kwamen. Ze was namelijk gescheiden van haar man en de kinderen kwamen hier al zo vaak.’ In eerste instantie leek het voor even. Ayse en de kinderen gingen dan ook geregeld naar huis terug om kleren of boeken voor school te halen. Maar de moeder raakte in coma en langzaam, maar zeker verhuisden steeds meer zaken naar de woning van Ayse. ‘Het was een hele verdrietige periode en tegelijk heel druk. We hadden het verdriet over hun moeder en mijn vriendin. Tegelijk kwamen tantes over uit Turkije en had ik ineens twee pubers in huis. Maar we probeerden ook de leuke dingen te zien. Zo vierde Berivan ondanks alles haar verjaardag. “Je moet het vieren”, zei ik. Het was kleinschalig, maar toch.
En ik weet nog dat hun moeder een paar maanden in het verzorgingshuis lag en wij met z’n allen bij haar op bezoek gingen. Ze lag daar maar en we lieten allemaal onze tranen gaan. Even later zaten we weer in de auto en zette ik een cd op. En ineens zongen we allemaal voluit mee, ook Berivan en Tuncay. Dat die kinderen dat konden… daar kreeg ik tranen van in m’n ogen.’ Na twee maanden kwam de moeder even bij uit haar coma en leek er enige hoop. Maar ze zakte snel weg. Toen was het Ayse duidelijk dat Berivan en Tuncay langer zouden blijven. ‘Ik ging vervolgens naar het maatschappelijk werk om te kijken wat ik moest doen. Het is al moeilijk genoeg om twee kinderen groot te brengen, om ze te laten studeren en te zorgen dat ze goed terecht komen. En nu had ik er ineens twee bij.
Twee pubers. Twee tegelijk. Ik was bang dat ik het niet aan kon. Maar de maatschappelijk werkster zei dat ik het antwoord al wist.’ ‘Ik vroeg ook mijn eigen kinderen wat ze er van vonden. Zij reageerden direct enthousiast. “Yes”, zeiden ze. U moet weten dat we in onze cultuur gewend zijn oudere kinderen van bekenden aan te spreken met “broer” en “zus”. Verder gingen we geregeld samen op vakantie naar Turkije, dus het waren geen vreemden die in huis kwamen. Toch botste het in het begin af en toe. Zo snapte mijn zoon niet dat Tuncay sommige dingen van school niet zo goed begreep. Nu helpt hij hem af en toe. Of er was verbazing dat de snoep ineens op was of dat er niet genoeg eten was. Ik moest namelijk ineens voor twee kinderen extra koken en extra wassen. Dat is even wennen. Natuurlijk hebben ze nu nog wel eens ruzie, maar dat hebben alle broers en zussen.’ ‘Soms is het wel zwaar. Je wilt namelijk geen van de kinderen tekort doen. Zo zit Berivan op het vwo en dat betekent dat ik haar soms overhoor, dat ik naar haar verhalen luister of mijn mening geef over het gekat met haar vriendinnen. Tuncay zit op het praktijkonderwijs en dat is juist iemand die structuur en duidelijkheid nodig heeft. Toen hij bij ons kwam wonen, ging het niet zo goed met hem. Maar nu is hij met zijn denk- en ontwikkelingsniveau ineens een heel stuk verder. We kregen pas zijn rapport en daar stonden allemaal achten op. Toen ik dat zag, heb ik in de auto even gehuild. Dat hebben we toch samen bereikt. Hij kan nu zelf zijn problemen oplossen, is niet zo’n piekeraar meer. Vroeger was hij stil en draaide hij zijn hoofd weg. Nu is hij assertief. Hij is heel erg veranderd. Dat geeft een kick.’ Ayse kreeg ook hulp van de jeugd-ggz voor Tuncay, maar dat ging in eerste instantie niet vanzelf. ‘Een maand nadat de kinderen hier in huis waren gekomen, heb ik naar de Raad voor de Kinderbescherming gebeld. Ik legde de situatie uit en vertelde dat de kinderen geen wettelijke vertegenwoordiger hadden. Hun moeder lag in coma en hun vader wilde er niets mee te maken hebben. Tegelijk wilde ik de voogdij niet hebben, want ik vond het te eng om vergaande beslissingen voor hen te nemen. Maar het duurde een half jaar voordat de zaak voor de rechter kwam.’
Nu gaat het goed. Ayse: ‘We hebben nu een gezinsvoogd en een pleegzorgwerker die veel doen. Ik had een slaapbank nodig, omdat Tuncay er doorheen was gegaan. De gezinsvoogd schreef daar een fonds voor aan en zo kreeg ik een andere slaapbank. Kinderen kosten namelijk heel veel geld. Ga maar eens met ze naar Nemo of naar een pretpark. En Tuncay liet onlangs in de achtbaan zijn mobiele telefoon uit zijn zak glijden. We hebben bijlessen economie en wiskunde voor Berivan geregeld, via school…’
‘Toen Berivan achttien werd, mocht ze een barbecue geven’, vervolgt Ayse. ‘Het was een ontzettend leuk feest waarvoor ze wel twintig meisjes had uitgenodigd. Ik ging met de moeder van een van haar vriendinnen naar Berivans moeder. Ze ligt namelijk nog steeds in coma. Ik zat daar, maar die moeder ging ineens vertellen dat Berivan achttien was geworden, dat ze een groot feest was, dat ze gelukkig was… Het leek net alsof ze reageerde. Niet veel later vertelde de verpleging dat ze haar hand had bewogen. Maar sindsdien is het alsof ze steeds verder weg raakt, dat er helemaal geen contact meer is. Dat verdriet delen we allemaal. Tegelijk moeten we verder, ook deze kinderen hebben recht om gelukkig te worden . Dat zou zij ook hebben gewild.’ ‘Weet u, op een gegeven moment zie je het verschil niet meer tussen je eigen kinderen en je pleegkinderen. Als ze me vragen hoeveel kinderen ik heb, antwoord ik de ene keer twee en de andere keer vier. Je kinderen zijn niet alleen degene die je zelf op de wereld zet, je kinderen zijn de kinderen die je verzorgd, liefde geeft en samen alles deelt. Ieder kind heeft recht op een goede jeugd en een goede toekomst. Berivan is negentien en mag inmiddels zelfstandig wonen, maar dat wil ze nog niet. Ze wil nog dolgraag bij ons blijven, omdat ze nog samen met haar broer en ons kan zijn. En toen ik haar van dit interview vertelde, zei ze direct dat ze zelf ook pleegkinderen zou nemen. Dan breekt je hart toch.’ Plotseling komt Ayses dochter naast haar moeder op de bank zitten. ‘Waar blijven de pannenkoeken? We hebben honger.’

Vorige pagina