Cohen hakt desnoods zelf knoop door

Job Cohen’Het is heel helder’, stelt Job Cohen. ‘Als de partijen het niet eens worden, dan neemt de burgemeester een besluit.’ De Amsterdamse burgemeester spreekt over de aanpak van de gezinnen van jongeren van de harde kern. Kritiek is namelijk dat hulpverleners veelal langs elkaar heen werken. Volgens Altra-directeur Ella Kalsbeek is dat inmiddels achterhaald. Cohen en Kalsbeek over de samenwerking tussen hulpverleners.

Burgemeester Cohen riep enkele maanden terug op ouders van harde kernjongeren streng aan te pakken. Desnoods wilde hij ze uit de ouderlijke macht te ontzetten. De uitspraak riep veel commotie op. Ging de burgemeester niet te ver? ‘Het was een steen in de vijver’, lacht hij nu. ‘Het was een manier om te laten zien dat het niet goed ging, dat er wat moest gebeuren. Het probleem ettert al tien jaar door.’ Dat het probleem zo lang doorettert, heeft er volgens Cohen onder andere mee te maken dat het onvoldoende lukt de aanwas van de harde kern tegen te gaan. Cohen: ‘De problematiek kregen we wel steeds beter in beeld. We zien dat deze jongeren uit gezinnen komen waar veel problemen spelen en waar de moeder vaak geen enkel idee heeft wat haar kinderen uitvoeren, terwijl deze kinderen wel verantwoordelijk zijn voor een enorme hoeveelheid delicten.’

Talloze instanties zijn bij de gezinnen betrokken; jeugdzorg, jeugdpsychiatrie, maatschappelijk werk, schuldsanering, woningcorporatie… noem maar op. Cohen: ‘De hulpverleners wisten vaak niet van elkaar wat ze deden. De een stond een harde aanpak voor met kind a, de andere een softe met kind b en de ander had voor kind c wat nieuws bedacht. Er zat geen enkel systeem in de aanpak.’ Kalsbeek benadrukt dat dit tot het verleden behoort. Nadat Cohen zijn steen in de vijver had gegooid, riep gemeentesecretaris Erik Gerritsen alle partijen bij elkaar. Kalsbeek: ‘We keken onder zijn leiding wie allemaal actief waren, hoe we moesten samenwerken en wie de regie moest hebben. Daar zijn toen heldere afspraken over gemaakt.’

Eén van die afspraken is dus dat de burgemeester de beslissing neemt als de partijen er niet uitkomen. Kalsbeek: ‘Dat klinkt heel ferm, maar de burgemeester zal zich goed laten adviseren voor hij beslist. Ik denk ook niet dat het snel gebeurt. De afspraken zijn nu duidelijk. Misschien dat de burgemeester eens per twee jaar een beslissing moet afdwingen.’ Cohen is het daarmee eens: ‘Ik geloof niet dat ik echt zal moeten ingrijpen. Het zou toch een enorme diskwalificatie zijn als je er samen niet uitkomt en de burgemeester voor jou een beslissing neemt.’

Cohen en Kalsbeek over de harde kern
Geen illusie van nette burgers’

Ella Kalsbeek was justitiewoordvoerder op het moment dat Job Cohen als staatssecretaris verantwoordelijk was voor die portefeuille. In 2001 volgde Kalsbeek Cohen op als straatssecretaris. Ze zien elkaar nu nog maar zelden, hoewel hun werk hen bijeen bracht in Amsterdam. Cohen is nu zes burgemeester, Kalsbeek een klein jaar directeur van Altra, een van de grote jeugdzorginstellingen in de stadsregio.

Gezien hun achtergrond wekt het geen verbazing dat beiden over de aanpak van harde kernjongeren in grote lijnen hetzelfde denken. Zo vinden beide het te makkelijk om te stellen dat de aanpak van deze groep de afgelopen tien jaar heeft gefaald. Kalsbeek: ‘Dé aanpak bestaat niet. We hebben de harde kern op verschillende manieren aangepakt. Zo was er aan de ene kant de zorgbenadering en aan de andere kant de sociale correctie. Natuurlijk had niet alles succes, maar je kunt niet zeggen dat dé aanpak heeft gefaald. Het gaat om jongeren die buitengewoon ernstig zijn beschadigd. Hun ouders zijn vaak niet in staat hen op te voeden, ze hebben niet zelden een verleden van mishandeling, ze gebruiken vaak overmatig drugs en veel van de jongeren hebben een stoornis of zijn licht verstandelijk gehandicapt. Dat is niet niks.’ Cohen spreekt ook niet van falen. ‘Op het gebied van opsporing, detectie en bewijsvoering zijn flinke stappen gezet. Toen ik als burgemeester aantrad, glipten deze jongeren steeds door de mazen van de wet. Nu weten we wie het zijn, pakken ze op en krijgen ze hun straf. Je ziet dan ook dat de criminaliteitscijfers zijn gedaald.’

Dat deel van de aanpak werkte, maar Cohen geeft toe dat het op andere fronten soms mis ging: ‘We slagen er onvoldoende in om de jongeren na hun straf op een traject te krijgen waarbij ze niet in hun oude gedrag vervallen. Er is te veel recidive.’ Toch is het geen verloren groep. Cohen: ‘We kunnen niet onze handen van deze jongeren aftrekken en hen overlaten aan justitie. Het blijven mensen, ze blijven onderdeel van onze samenleving. Bovendien plegen ze geen daden waarvoor je ze levenslang kunt opsluiten.’ Kalsbeek: ‘Als je voor deze groep niets doet, dan glijdt aan aantal af naar de harde criminaliteit. Verder loop je het risico dat de jongeren met een stoornis een gevaar worden voor de samenleving omdat ze bijvoorbeeld zomaar iemand in elkaar meppen. Met alle gevolgen van dien. Kijk, ook artsen kunnen niet elke patiënt genezen. Wij moeten niet de illusie hebben dat we van al deze jongens nette burgers maken, maar we moeten er wel voor zorgen dat ze niet verder afglijden.’

‘Verder is het ons onvoldoende gelukt de aanwas van de harde kern een halt toe te roepen’, stelt Cohen. Kalsbeek: ‘Dat klopt. Het gaat vaak opnieuw mis. Als het oudste kind de mist in gaat, zie je dat het met de daaropvolgende broertjes en zusjes ook vaak fout gaat.’ Dat vereist dus een betere samenwerking, desnoods afgedwongen door de burgemeester. Cohen en Kalsbeek zijn het daarover eens, maar Kalsbeek vindt wel dat er meer geld moet komen. Cohen: ‘We gooien er al tien jaar bakken met geld in, maar we besteden het niet effectief. Geld is geen probleem. Het gaat erom hoe we het besteden.’ Kalsbeek: ‘Ik bestrijd dat er geld genoeg is. We zijn er niet als we het huidige geld effectiever besteden. De jeugdzorg heeft geld nodig voor zowel de intensievere als lichte hulp. Daar zijn nu wachtlijsten voor.’ Cohen wijst er op dat dat buiten zijn bevoegdheid valt. De stadsregio financiert de jeugdzorg. Kalsbeek: ‘We hebben het project “Weer aan de Slag”, waarbij we tienermoeders na hun bevalling weer aan het werk of een opleiding helpen. Nu weten we dat er jaarlijks 200 tieners in Amsterdam bevallen, terwijl we maar geld voor 75 moeders krijgen. Wat moet er met die overige 125 gebeuren? Moeten we die maar niet helpen?’

Cohen en Kalsbeek zijn beide positief over de aanpak van de harde kern, terwijl in het verleden veel mis ging. Wat rechtvaardigt hun optimisme? Kalsbeek: ‘Ik werk hier nu een jaar, maar ik proef bij iedereen een enorme eensgezindheid om de problemen aan te pakken, waarbij men ook nog eens een compassie heeft met de onderkant van de samenleving. De drive om iets te doen is enorm.’ Cohen: ‘Het was duidelijk dat er iets moest gebeuren. Dat besef is er bij iedereen. Dat merkte je ook toen de gemeentesecretaris alle betrokken om de tafel had zitten. Ik ben er van overtuigd dat we tot een gezamenlijke aanpak komt waarbij één iemand de regie heeft en de neuzen één kant op zet.’

Vorige pagina