UAF-voorzitter Ruud Lubbers
’UAF-cliënten kunnen rolfunctie vervullen in onze samenleving’
Een “ontkrampingsman” noemt Ruud Lubbers zichzelf, want Nederland is volgens de oud-premier en de oud-Hoge Commissaris voor de vluchtelingen verkrampt in de omgang met allochtonen en vluchtelingen.
Hij pleit daarom voor een derde bevrijding. Na de bevrijding van het nazisme in 1945, de bevrijding van het communisme in 1989 moet de samenleving nu worden bevrijd van haar eigen verkramping. Vluchtelingen kunnen daarbij een belangrijke rol spelen.
’Mijn opvatting over vluchtelingen sluit precies aan bij de werkwijze van het UAF’, zegt Ruud Lubbers in zijn Rotterdamse kantoor met een fantastisch uitzicht over de Maas. Dat was ook de reden dat hij “ja” zei op het verzoek om voorzitter te worden van de Stichting voor Vluchteling-Studenten.
Dat terwijl hij zich had voorgenomen voorlopig niets meer met vluchtelingen te doen, hoewel vluchtelingen hem wel aan het hart gaan. ‘In 2000 werd ik onverwacht benaderd door Kofi Annan met de vraag of ik beschikbaar was om mevrouw Sadako Ogata op te volgen als Hoge Commissaris voor de vluchtelingen’, vertelt hij. In eerste instantie zag hij het vluchtelingenvraagstuk vooral als een bestuurlijk probleem. Dat veranderde snel. ‘Het zijn authentieke mensen. Ze hebben vreselijke dingen meegemaakt en wisten daar uit te komen. Die mensen raakten me in mijn hart. Niet zozeer door de ellende die ze hadden meegemaakt, maar vooral door hun kracht.
Vluchtelingen zijn sterke, wilskrachtige mensen die iets van hun leven willen maken. Ze willen verder, willen na de ellende die ze hebben doorgemaakt weer iets opbouwen.’
Toen Lubbers een jaar geleden terug naar Nederland kwam, besloot hij met pensioen te gaan. ‘Maar helemaal niets doen, wilde ik ook niet. Daarom werd het een semi-pensioen, waarin ik me op twee thema’s wilde richten.
Dat was ten eerste het Handvest van de Aarde en ten tweede de “ontkramping” van de samenleving.’
Hij koos er bewust voor om niets meer met vluchtelingen te doen. ‘Ik was namelijk gewend ergens een punt achter te zetten’, legt hij uit. ‘Mijn leven verloopt in fases. Ik zat in het bedrijfsleven, in de politiek, was hoogleraar Globalisering en Hoge Commissaris. Telkens had ik achter elke fase een punt gezet en dat was ik van plan ook met vluchtelingen te doen.
’ Totdat dus emeritus hoogleraar Mensenrechten Peter Baehr vroeg of ik hem wilde opvolgen als voorzitter van het UAF.’
Lubbers zegde toe, hoewel het aantal functies tijdens zijn semi-pensioen zich fors uitbreidde.
Hij was al sinds februari 1996 lid van de Club van Rome. Sinds 1 juni 2005 is hij voorzitter van het college van toezichthouders van het Energieonderzoek Centrum Nederland en sinds januari 2006 is voorzitter van het curatorium van VNO-NCW. Vervolgens benoemde de koningin hem op 1 juli 2006 ook nog eens als informateur. Lubbers staat dan ook niet voor niets op de zesde plaats van de top 200 van meest invloedrijke Nederlanders.
Dat de voormalige premier “ja” zei op de vraag van Peter Baehr had onder andere te maken met zijn ideeën over de samenleving. ‘Toen ik in Nederland terugkwam, nam ik waar dat Nederland aan het verkrampen was op het gebied van de allochtonen. Er zit een klem om mensen – vooral om de ouderen – over hoe we als samenleving nu verder moeten met mensen die hier niet zijn geboren of wiens ouders hier niet zijn geboren. Ze zien allerlei problemen, bijvoorbeeld wat betreft de veiligheid, de cultuur… Daar geeft een enorme beklemming.’
Maar hoe komen we daaruit? Lubbers: ‘Mijn uitgangspunt is dat ieder mens telt. Ieder mens moet participeren in de samenleving – ik spreek ook liever over participeren dan integreren. Die participatie kan plaatsvinden in het werk, in het onderwijs, in de gezondheidszorg, in de sport, in de cultuur…’
Lubbers meent dat ook het UAF een belangrijke rol hierin heeft. ‘Het UAF moet geen beestje zijn dat netjes pootjes geeft’, zegt hij. ‘Het UAF moet invloed uitoefenen op het beleid van onder andere mevrouw Verdonk. Het UAF heeft ook goede argumenten. Ze kan laten zien dat vluchtelingen talenten hebben, dat het mensen zijn die de moeite waard zijn. Ik noem het “de moeite waard-mens”. Dat wordt zichtbaar door participatie in de sameleving. Zo kunnen de beneficiënten van het UAF een rolfunctie vervullen in de Nederlandse samenleving.’
Lubbers vindt dat we nu te verkrampt omgaan met vluchtelingen. ‘Als iemand in dit land asiel aanvraagt, moet er een goede toets zijn. Of dat kan in een 48 uursprocedure, laat ik hier even buiten beschouwing. Het gaat er om dat snel duidelijk is of iemand hier kan blijven. Is het geen vluchteling, dan moet hij zo snel mogelijk terug. Maar soms is nader onderzoek nodig of is wel direct duidelijk dat iemand vluchteling is. Dan moet de lijn zijn dat deze mensen kunnen participeren in bijvoorbeeld een opleiding of werk. Nu zijn alle systemen er op gericht om asielzoekers het land uit te krijgen. Dat is niet mijn lijn. ’
Natuurlijk krijgen deze mensen in eerste instantie een tijdelijke verblijfsvergunning, geeft Lubbers toe. En natuurlijk moet er ook gekeken worden of die vergunning verlengd moet worden. ‘Maar’, zo zegt de voormalige Hoge Commissaris, ‘je moet dan niet alleen kijken naar de rechtmatigheid van uitzetting, maar ook naar de mate van participatie. Welke rol spelen ze in de Nederlandse samenleving? In hoeverre zijn ze opgeleid? Zijn de kinderen succesvol? Zijn het waardevolle medeburgers? Als je alleen naar de rechtmatigheid van uitzetting kijkt, loop je het gevaar dat je het kind met het badwater weggooit.’ Lubbers doelt hier onder andere op de afgestudeerde UAF-cliënten die nu soms na hun afstuderen het land uitmoeten. Zoals de arts Hakim Hekmat (*) die cum laude was afgestudeerd en om wie ziekenhuizen zaten te springen, maar die toch uitgezet dreigde te worden. Regels zijn immers regels.
Oude vreemdelingenwet
Lubbers pleit dan ook voor een coulante behandeling van de vluchtelingen die nog onder de oude Vreemdelingenwet vallen en over wie nog steeds geen besluit is genomen. Het UAF wil een generaal pardon voor deze categorie. Lubbers wil dat er vooral wordt gekeken naar de participatie. Het idee dat een dergelijke aanpak een aanzuigende werking heeft, verwijst hij naar het rijk der fabelen: ‘Ik merk bij ministers het wonderlijke idee dat de geringere instroom van vluchtelingen het resultaat is van het harde beleid. Dat is helemaal niet zo. Er zijn op het ogenblik minder conflicten in de wereld en het UNHCR heeft succesvolle terugkeerprojecten opgezet. Zo komen hier nu minder Afghanen. Niet dankzij het beleid van Verdonk, maar dankzij het reïntegratieproject waar ik destijds zelf veel in heb geïnvesteerd.’
Regels zijn regels is ook zeker niet het credo van Lubbers. ‘Het is ook een kwestie van cultuur’, zegt hij. ‘We hebben nu een cultuur waarbij vluchtelingenadvocaten alleen maar bezig zijn procedures te verlengen en de overheid mensen in de kladden probeert te grijpen om ze uit te zetten. Ik vind dat over en weer een armzalige cultuur.‘
(*) Zie Momentopname 166, juni 2006
Vorige pagina