Van prachtwijken naar krachtwijken
Het omzetten van mopperenergie naar positieve energie
Het enthousiasme voor de plannen van minister Ellen Vogelaar groeit ook bij de bewoners van de veertig ‘prachtwijken’. Dat bleek op de manifestatie ‘Als het klikt tussen kracht en macht’. De kunst is nu om bewoners daadwerkelijk te betrekken bij de verbetering van hun wijken, zo menen het Landelijk Samenwerkingsverband Aandachtswijken (LSA) en het Amsterdams Steunpunt Wonen (ASW). Anders dreigt het plan Vogelaar het zoveelste goedbedoelde plan te zijn dat sterft in bureaucratie. Maar de kansen zijn onmiskenbaar. “De bal ligt er, we moeten hem alleen nog inkoppen.”
”Het grote pluspunt is natuurlijk dat de opkomst zo groot was”, zegt Henk Cornelissen, directeur van het LSA. “Het is duidelijk dat we veel nieuwe bewonersorganisaties bij het onderwerp konden betrekken en met de participatie van bewoners valt of staat het plan van minister Vogelaar.” Jacqueline van Loon, directeur van het ASW, is het met hem eens: “Het was fantastisch om te zien dat al die bewoners van heinde en ver naar Amsterdam kwamen. Het maakt duidelijk dat er voldoende ideeën en talenten in de wijken zitten. Het is een actief potentieel dat we moeten benutten.” Rachid Handich, bewoner van Bos en Lommer, een van de aandachtswijken, had de bijeenkomst dik in zijn agenda staan. “Maar ik was ziek op die dag. Jammer, want ik was vooral benieuwd naar nieuwe initiatieven.”
Het was gezellig druk op de manifestatie die 24 november 2007 werd gehouden in de Passagiersterminal aan de Piet Heinkade in Amsterdam. Op het panoramadek presenteerden bewonersinitiatieven uit de vijf Amsterdamse ‘Vogelaarwijken’ zich. Zo stonden buurtparticipatie.nl uit Bos en Lommer, de Vrouwenlijn uit Amsterdam-Noord, de Kids van Oost uit de Transvaalbuurt, Streetchallenge uit Slotervaart en bewonersinitiatief Het Struikgewas uit Amsterdam-Zuidoost gebroederlijk naast elkaar. Opvallend was vooral de diversiteit van de verschillende buurtinitiatieven. Het ging van de meer beleidsmatige inbreng van de Bijlmer Bewonersraad via het kunstzinnige ‘Straat van de Duizend Sculpturen’ tot de wandelvereniging ‘Voetje voor voetje’. En allen werken ze op hun eigen manier mee om van de aandachtswijken prachtwijken te maken.
Aandacht is er volop. Bewoners van de wijk Woensel-West uit Eindhoven nemen een kijkje hoe ze in Bos en Lommer de problemen aanpakken. Jongeren uit Zuidoost vragen op hun beurt bij de Rotterdamse stands welke projecten ze daar hebben.
Jacqueline van Loon is tevreden over de inbreng van de bewoners, maar vraagt zich af hoe je ervoor kunt zorgen dat bewoners blijvend betrokken blijven bij hun buurt. “De gemeentes en corporaties hebben toegezegd ze de bewoners zullen betrekken bij hun plannen, maar een handtekening op papier zegt op zich niet zoveel. De vraag is hoe ze de bewonersparticipatie in willen vullen. Confronteren ze bewoners met afgeronde plannen of krijgen ze daadwerkelijk invloed?”
Rachid Handich: “Je merkt dat mensen een beetje moedeloos zijn geworden van al die plannen. Ze zijn misschien nog te activeren als het om de sloop van hun woning gaat, maar veel verder gaat het niet. Er is ook veel wantrouwen. Als er een buurtfeest wordt georganiseerd, zoeken ze er direct wat achter. Terwijl het alleen is bedoeld om de leefbaarheid te bevorderen. Ik denk dat de politiek nog heel wat vertrouwen heeft terug te winnen.”
Henk Cornelissen: “Daarom mag het niet het zoveelste plan worden waar bewoners niets over te zeggen hebben. De LSA zal zich ervoor inzetten dat dit verandert, onder andere door goed te monitoren dat bewoners overal bij worden betrokken en niet alleen op het moment dat het de gemeente goed uitkomt. Belangrijk is dat minister Vogelaar zelf heeft gezegd dat de bewoners werkelijk invloed moeten hebben. En als dat niet zo is, moeten bewoners lokaal worden ondersteund.”
Met dat laatste maakt Cornelissen een belangrijk punt. Van Loon: “Bewoners voelen zich veelal betrokken bij hun wijk, maar hebben het idee dat ze niet worden gehoord. Ze menen dat veel boven hun hoofden wordt besloten. Daar ligt ook een belangrijke taak voor ons. Wij moeten de mopperenergie omzetten in positieve energie, we moeten zorgen naar nieuwe vormen van participatie, waarin ook vooral migranten zich herkennen, want je bent er niet met een groep waarin drie bewoners mee vergaderen.”
Een van die nieuwe vormen van participatie kwam ’s middags aan bod in één van de drie minisymposia. Daar spraken Christine Kop van het ASW samen met een Turkse en Marokkaanse bewoonster van Slotervaart over het project ‘De Branding’. Dat project startte in mei met als doel vrouwen te betrekken bij de stadsvernieuwing in de Westelijke Tuinsteden. Kop: “Het project is gebaseerd op ‘womenempowerment’. Door middel van de vrouwen willen we buurtbewoners over de stedelijke vernieuwing informeren in hun eigen taal en op hun eigen niveau. Hiertoe hebben we het theehuis ‘De Branding’ omgevormd tot een informatiepunt, waar voorlichters op vrijwillige basis werken. Het werd een succes, ook al omdat de corporaties snel de weg naar ‘De Branding’ wisten te vinden om via de vrouwen bewoners te informeren over stedelijke vernieuwing.” Een van de deelnemers: “Het is mooi om iets te doen voor de bewoners, om iets te betekenen voor de bewoners.” Kop: “Het positieve van het project is dat het vanuit de bewoners zelf komt. Bovendien zorgt het er niet alleen voor dat bewoners betrokken raken bij de stedelijke vernieuwing, maar dat het ook de sociale cohesie in de buurt versterkt.”
Ongeveer tegelijk met het minisymposium over ‘De Branding’ hield stadsdeelwethouder Jude Kehla-Wirnkar uit Zuidoost een warm pleidooi voor het project Kansrijk Zuidoost. “Zuidoost is een wijk waarin eenderde van de bewoners op of onder de armoedegrens leeft”, zei hij. “Dat zijn ongeveer 24.000 mensen. Voor hen zijn er talloze organisaties, zoals het CWI, Maatschappelijk Dienstverlening, Bureau Jeugdzorg en de GGD. Deze instanties wachten achter hun bureau tot de mensen naar hun toe komen, maar dat doen ze niet. Het gaat om mensen die zelf niet mondig zijn en de weg niet weten. Daarom hebben wij Kansrijk Zuidoost opgezet. We gaan per flat met bewonersadviseurs van deur tot deur en kijken wat de mensen nodig hebben en vervolgens verwijzen we ze naar de juiste instantie. De mensen stellen dat zeer op prijs. ‘Waar waren jullie al die tijd’, krijgen we te horen.”
Kansrijk Zuidoost werkte op deze manier de flat Haag en Veld af en begint binnenkort met de flat Hoptille af. Het bereik is met 50 procent boven de verwachting, volgens Kehla-Wirnkar.
Initiatieven als ‘De Branding’ en ‘Kansrijk Zuidoost’ laten zien dat er veel is te winnen. Toch plaatst Rachid Handich ook enkele kanttekeningen. “We moeten voorkomen dat de Vogelaargelden op gaan aan allerlei onderzoeken. Of dat ze worden gezien als alternatieve subsidiebron. Neem Koers Nieuw-West waarvoor de gemeente Amsterdam 32 miljoen heeft uitgetrokken. Nu de Vogelaargelden komen, wil de gemeente ineens dat het vanuit die pot wordt gefinancierd. Op die manier krijgen we natuurlijk een sigaar uit eigen doos.”
Henk Cornelissen erkent het probleem: “We moeten bewoners stimuleren om zelf zaken aan te pakken. Ze moeten mee kunnen beslissen over hoofdlijnen, en vervolgens zelf kiezen waar ze in de uitvoering direct bij betrokken willen zijn. Jacqueline van Loon wijst er daarbij wel op dat dit voor elke Vogelaarwijk anders zal liggen. “Wijken als Noord, Zuidoost en de Westelijke Tuinsteden zijn een stad op zich. Die wijken zijn heel divers. Dat heeft gevolgen voor de participatie. Niet één commissie kan alle bewoners vertegenwoordigen. Ik denk ook dat je voor de diverse onderwerpen andere vertegenwoordigers nodig hebt. Als je praat over leren en opvoeden, moet je ouders, kinderen en scholen erbij betrekken. Praat je over ouderen dan gaat het om een andere categorie.”
Ondanks alle kanttekeningen is Van Loon optimistisch. “De bereidheid om bewoners te laten participeren is er onomstotelijk. Alleen al omdat 10 procent van het budget is gereserveerd voor bewonersinitiatieven. Daarboven ligt de motie Van Geel er die zegt dat er 20 miljoen moet komen voor bewonersinitiatieven. De bal ligt er, we moeten hem alleen nog inkoppen.”
Ook Handich is positief: “Misschien is straks de pot wel leeg, maar de fysieke verbetering van de wijk is onmiskenbaar in gang gezet. En dat is onomkeerbaar.”
Vorige pagina