Youssef (22), cliënt van Nieuwe Perspectieven van Spirit
’Eindelijk iemand die me vertrouwde’
“Ik werk nu bij IBM, waar ik de afdeling ‘Sales’ ondersteun. Het is mooi werk. Er heerst een leuke sfeer op de afdeling en er werken leuke mensen. Bovendien is IBM een groot commercieel bedrijf waar ik voldoende kansen heb om te groeien. Ik wil het daar zover mogelijk schoppen.
“Dat ik daar nu werk ging niet vanzelf. Kijk, ik heb problemen gehad, net zoals elke jeugdige. Het ging thuis niet zo goed omdat mijn vader nog leefde in het Marokko van de jaren vijftig en ik in deze maatschappij. Die culturen botsten. Het ging gewoon niet. Ik kwam steeds meer op straat bij mijn vrienden. Ik ging blowen en daar had ik geld voor nodig. Ja, en dan ga je stelen.
“Zo kwam ik terecht in jeugdinrichtingen en jeugdgevangenissen. Ik zat in RIJ Overberg, in het JOC, bij Glen Mills...
En steeds kwam ik na afloop terug bij de jeugdzorg. Ik weet nog wel dat ik uit Overberg kwam. Ik had net twee jaar vestgezeten en durfde amper de straat op. De jeugdzorg zei dat ik zelf een school moest zoeken. Maar hoe moest dat? Ik was al bang in de metro. Dat ging dus mis. Ik ging weer naar m’n oude vrienden, mijn vertrouwde milieu. Binnen twee maanden zat ik weer vast.
“Weet je, ik zie nu hetzelfde met mijn broertje. Hij is nu negentien en is net weer vrij. De reclassering zei hem dat hij nu twee maanden de kans heeft om zelf een baan te zoeken. Maar hoe moet die jongen dat doen? Hij weet niet eens wat een cv is. Dat gaat weer mis.
“Uiteindelijk kwam ik terecht bij Glen Mills en daar ging het goed.
Toen ik na achttien maanden terug kwam, wist dat ik het anders moest. Zo kwam ik bij Omar (ambulant begeleider van Nieuwe Perspectieven – red.). Eindelijk iemand die me vertrouwde. Hij liet me de deuren zien om er uit te komen. Hij opende ze niet zelf, dat moest ik doen. Hij liet zien hoe je werk kon zoeken, hoe je een cv kon maken. Maar ik moest het wel zelf doen. En Omar werkte niet vanachter een bureau. Hij ging gewoon met me mee. Weet je, er waren momenten dat hij enorm veel geduld met me had. Ik zou het al lang hebben opgegeven. Maar hij bleef praten, liet zien wat ik wel kon. Ja, en toen ik een lucratief aanbod kreeg om in het buitenland te werken, heb ik die kans natuurlijk gepakt. Het was de mogelijkheid om uit het milieu te komen.
Met mij gaat het nu gaat goed. Nu mijn broertje nog. Hij moet een baan hebben, ritme in zijn leven. Dan komt hij vanzelf minder op straat, gaat hij vanzelf minder blowen. Er moet gewoon iemand zijn die vertrouwen in hem heeft. Dat is de sleutel.”